De aflosboete (afschaffing Wet Hillen), wat zijn voor ú de gevolgen?

Op 22 november jl. is het de oppositie niet gelukt om de afschaffing van de zogenaamde Wet Hillen tegen te houden. Ondanks een uitputtende marathonzitting is het wetsvoorstel in de Tweede Kamer aangenomen. Nu is de Eerste Kamer aan zet. Wat zijn eigenlijk de financiële gevolgen voor iemand die te zijner tijd netjes zijn hypotheek heeft afgelost?

Waarom eigenlijk?

Het kabinet is van mening dat door de aflossingsverplichting in de hypotheken vanaf 1 januari 2013, de Wet Hillen haar bestaansrecht heeft verloren. Vandaar dat in het regeerakkoord 2017-2021 de afschaffing van de Wet Hillen in een periode van 30 jaar is opgenomen.

Tevens wordt in het regeerakkoord opgenomen dat er nog maar twee belastingschijven blijven voor AOW-minners (36,96% bij een inkomen tot € 68.800 en 49,5% voor een inkomen groter dan € 68.800) en een extra schijf voor AOW-plussers met een inkomen tot € 34.400, zijnde 18,65%.

Even terug in de tijd…

Op 1 januari 2005 werd op initiatief van kamerlid Hillen de (fictieve) aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld opgenomen in de wet. Dit zorgde ervoor dat er geen belasting verschuldigd was over de eigen woning op het moment dat de hypotheekrente lager was dan het eigenwoningforfait. De verwachting was dat daardoor meer belastingplichtigen zouden overgaan tot een aflossing van de hypotheekschuld. In de daaropvolgende jaren is de Wet Hillen enkele keren gewijzigd om misbruik te voorkomen.

Het regeerakkoord

Op 15 november jl. heeft de staatssecretaris van Financiën, als aanvulling op het regeerakkoord 2017-2021 een nota over de aflosboete aan de Tweede Kamer gezonden. Hierin stond onder andere:

  • 95% van de belastingplichtigen had in 2015 een huis met een WOZ-waarde <= € 500.000;
  • de gemiddelde aftrek op basis van de Wet Hillen was in 2015 € 1.649;
  • 82% van alle belastingplichtigen die gebruik maakten van de Wet Hillen was ouder dan 55 jaar;
  • het eigenwoningforfait voor woningen <= € 1.060.000 daalt van 0,70% in 2019 naar 0,65% in 2020 – 0,55% in 2021 en 2022 en naar 0,50% vanaf 2023;
  • de Wet Hillen wordt in een periode van 2019 tot en met 2048 in 30 stapjes van circa 3% per jaar afgeschaft.

Wat zijn de financiële gevolgen?

Uit onderstaande voorbeelden blijkt wat de afschaffing van de Wet Hillen inhoudt en hoe groot het financiële nadeel zal zijn.

Voorbeeld 1 – X is 30 jaar

X is in 2020 33 jaar, heeft een inkomen van € 55.000 en een woning met een WOZ-waarde van € 300.000. X heeft geen hypotheek meer.

Inkomstenbelasting 2020. Het eigenwoningforfait in 2020 is € 1.950 (0,65%). Over 2/30 deel is dan belasting verschuldigd: 2/30 x € 1.950 = € 130. Bij een belastingtarief van 36,93% moet X € 48 belasting betalen. Als de Wet Hillen niet zou worden afgeschaft, zou X geen belasting betalen.

Inkomstenbelasting 2040. De woning is in 2040 naar € 380.000 gestegen. Het eigenwoningforfait is dan € 1.900 (0,50% over € 380.000). Over 22/30 deel is belasting verschuldigd: 22/30 x € 1.900 = € 1.393. Bij een belastingtarief van 36,93% moet X € 515 belasting betalen.

Inkomstenbelasting 2048. In 2048 als de Wet Hillen geheel is afgeschaft, betaalt X € 701 als het inkomen en de waarde van de eigen woning dezelfde zijn als in 2040.

Voorbeeld 2 – Y is nu 67 jaar

Y is in 2020 70 jaar, heeft een inkomen van € 30.000 en eveneens een woning met een WOZ-waarde van € 300.000. Ook Y heeft geen hypotheek meer.

Inkomstenbelasting 2020. Het eigenwoningforfait in 2020 is € 1.950 (0.65%). Hiervan wordt in 2020 belast: 2/30 x € 1.950 = € 130. Y betaalt in 2020 € 24 belasting (belastingtarief 18,65%). Als de Wet Hillen niet zou worden afgeschaft zou Y geen belasting betalen.

Inkomstenbelasting 2040. De woningwaarde is inmiddels gestegen tot € 380.000. Het eigenwoningforfait van 0,50% over € 380.000 is € 1.900. Y betaalt hierover 22/30 x € 1.900 x 18,65% = € 259 belasting.

Inkomstenbelasting 2048. In 2048 als de Wet Hillen geheel is afgeschaft, betaalt Y € 354 als het inkomen en de waarde van de eigen woning dezelfde zijn als in 2040. Y is dan echter 98 jaar en de kans is dus groot dat Y niet meer leeft.

Voorbeeld 3 – Z is nu 52 jaar

Z is in 2020 55 jaar, heeft een inkomen van € 100.000 en een woning met een WOZ-waarde van € 1.500.000. Z heeft geen hypotheek meer.

Het eigenwoningforfait bedraagt € 18.290 (voor huizen met een WOZ-waarde van meer dan € 1.060.000 blijft het eigenwoningforfait 0,75% + 2,35% over het verschil tussen de waarde en € 1.060.000). Y betaalt bij een belastingtarief van 49,5%, ca. € 9.000 belasting op het moment dat de Wet Hillen volledig is afgeschaft. Indien de Wet Hillen niet zou worden afgeschaft zou Z een bedrag van € 2.560 aan belasting moeten betalen.

Aandachtspunten

Betrouwbaarheid regering. In het regeerakkoord 2017-2021 wordt de Wet Hillen in 30 jaar afgeschaft. De vraag is echter of dit wel 30 jaar zal blijven. De hypotheekrenteaftrek zou eerst vanaf 2013 met 0,5% omlaag gaan en in 2041 eindigen op 38% aftrek in 2041. Nu is echter aangekondigd dat het percentage waartegen hypotheekrente aftrekbaar is in 4-jaarlijkse stappen wordt teruggebracht. Van 49,5% naar 36,93%, zodat vanaf 2023 de hypotheekrente maximaal aftrekbaar is tegen 36,93%. Met andere woorden: reden genoeg om te twijfelen aan de afschafperiode van 30 jaar voor de Wet Hillen.

Effect op toeslagen. Een ander aandachtspunt is dat door de zogenaamde aflosboete het belastbaar inkomen hoger wordt. Dit kan een negatief effect hebben op de diverse toeslagen waarvoor het belastbaar inkomen de graadmeter is.

De Eerste Kamer komt nog aan het woord. De punten in het regeerakkoord zijn slechts voorstellen. De goedkeuring door de Tweede Kamer heeft reeds plaatsgevonden, maar ook de Eerste Kamer moet deze voorstellen nog goedkeuren. De manier waarop er wordt afgebouwd en de termijn kan nog wijzigen.

BAA ADVIES. Wilt u weten wat voor u de (negatieve) gevolgen zullen zijn door de afschaffing van de Wet Hillen, wend u zich dan tot uw contactpersoon bij BAA. Die kan voor u een berekening maken op basis van de huidige gegevens. De vraag is echter of de afschaffingsperiode van 30 jaar gehandhaafd blijft, maar BAA houdt dat zeker voor u in de gaten.