Beleggen en dividendbelasting: hoe zit dat eigenlijk?

Tijdens de coronapandemie heeft de particulier massaal het beleggen ontdekt. Steeds meer mensen durfden de sprong te wagen om vermogen (al dan niet geleend) te beleggen op de Nederlandse beurs. Dit brengt echter verschillende fiscale situaties met zich mee die niet altijd duidelijk zijn.

Beleggen: beoogd voordeel

Voordeel 1 – koerswinst. Beleggen is eigenlijk heel simpel. Je maakt een account aan bij een broker en via deze broker kun je aandelen, obligaties, futures en andere vermogensbestanddelen aankopen en beheren. De insteek is natuurlijk dat een gekocht aandeel of obligatie een mooie koerswinst behaalt. Het aandeel of de obligatie kan dan worden verkocht en de winst steek je in de zak.

Voordeel 2 – vruchten. Naast de koerswinst is het ook mogelijk geld te verdienen met dividend (aandelen) en de couponrente (obligaties). Als bedrijven (een deel van de) winst uitkeren als dividend, dan ontvangen de aandeelhouders dit dividend op de rekening. De eigenaar van de obligaties ontvangt de couponrente op uitkeringsdatum op de rekening bijgestort.

Beleggen: belastingheffing

Aandelen en obligaties zijn box 3-vermogen. Een aandelen- en obligatiepakket wordt bij een particulier normaal tot het vermogen in box 3 gerekend (enkele uitzonderingen daargelaten, denk aan een aanmerkelijk belang in box 2). Over het vermogen per 1 januari van het belastingjaar berekent de Belastingdienst een fictief forfaitair rendement waarover 31% inkomstenbelasting verschuldigd is. De vruchten die men ontvangt (dividend en couponrente) zijn echter niet in box 3 belast.

Dividendbelasting. Bij het uitkeren van dividend zijn de bedrijven verplicht om dividendbelasting in te houden en af te dragen aan de Belastingdienst van het vestigingsland. Dit betekent dat het bruto-dividend wordt verminderd met de dividendbelasting en dat het netto-dividend wordt overgemaakt op de rekening van de aandeelhouder.

Jaaroverzicht. Op het jaaroverzicht van de broker of bank staan alle gegevens die nodig zijn voor de aangifte inkomstenbelasting. Maar opgelet: op een jaaropgave staat de dividendbelasting van alle landen door elkaar en vaak wordt dit onterecht als één bedrag in aftrek gebracht.

Dividendbelasting: aftrekbaar

Nederlands dividend. Omdat de particulier belasting moet betalen over het box 3-vermogen met peildatum 1 januari van het belastingjaar, kan de Nederlandse dividendbelasting worden gezien als een voorheffing. Alleen de Nederlandse dividendbelasting is in principe aftrekbaar…, en soms ook buitenlandse dividendbelasting.

Buitenlands dividend. Dividendbelasting (bronbelasting) op buitenlandse dividenden (bijvoorbeeld Amerikaans dividend op aandelen Apple) is niet afgedragen aan de Nederlandse Belastingdienst. De dividendbelasting is daarom dan ook niet als voorheffing aan te merken en in beginsel niet in mindering te brengen op de te betalen belasting.

Dividendbelasting: verdrag en verrekening

Als u in Nederland over de waarde van de aandelen vermogensrendementheffing (Box 3 heffing) betaalt en in het buitenland dividendbelasting wordt ingehouden op het dividend van diezelfde aandelen, dan is er mogelijk sprake van een dubbele heffing van belasting. Als Nederland met het land dat de dividendbelasting inhoudt in een verdrag de juiste afspraken heeft gemaakt, dan mag de dividendbelasting wel worden verrekend in box 3 in de Nederlandse aangifte. De buitenlandse dividendbelasting kan dan in mindering worden gebracht op de verschuldigde belasting in box 3. Voorwaarde hierbij is wel dat er belasting in box 3 verschuldigd is in Nederland!

Voorbeeld
Meneer Jansen heeft aandelen in een Duits bedrijf. Er wordt bruto dividend uitgekeerd van € 10.000 en Duitsland houdt 25% (€ 2.500) dividendbelasting in. Nederland en Duitsland hebben in een verdrag bepaald dat er een maximum van 15% (€ 1.500) dividendbelasting kan worden verrekend in de Nederlandse aangifte. Dit betekent dat er maximaal € 1.500 aan dividendbelasting in mindering kan worden gebracht in de Nederlandse aangifte inkomstenbelasting. Mits meneer Jansen ook minimaal € 1.500 vermogensrendementheffing betaalt uiteraard. De resterende 10% (€ 1.000) kan bij de Duitse Belastingdienst worden teruggevraagd.

Stel nu dat meneer Jansen een vermogen heeft dat lager is dan de box 3-vrijstelling van € 50.000 en daardoor geen belasting in box 3 verschuldigd is. Dan kan er ook geen buitenlandse dividendbelasting van maximaal € 1.500 worden verrekend.

Tip: toch opnemen in de aangifte. Het is aan te raden om toch altijd de buitenlandse bronbelasting in de aangifte op te geven, omdat de verrekening kan worden doorgeschoven naar een volgend jaar.

BAA ADVIES. Veel (nieuwe) particuliere beleggers weten niet dat dividendbelasting vaak in mindering kan worden gebracht op de box 3-vermogensrendementheffing. Dat geldt ook voor buitenlands dividend, mits Nederland een verdrag met betreffende land heeft. In aangifteprogramma’s kan de aftrekbare dividendbelasting eenvoudig worden verwerkt.