De fiscale eenheid en de vennootschapsbelasting in 2020

Heeft u een BV constructie in de vorm van een holding en één of meerdere dochtermaatschappijen die zijn opgenomen in een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting? Door de verlaging van het zogenaamde opstaptarief is de fiscale eenheid mogelijk komend jaar fiscaal niet meer zo voordelig.

De fiscale eenheid en de vennootschapsbelasting

Als een BV meer dan 95% bezit en zeggenschap heeft in een andere BV is het mogelijk om een fiscale eenheid te vormen. Dit betekent dat er voor de Belastingdienst slechts sprake is van één BV (de moedermaatschappij). Belastingheffing vindt dan plaats op basis van de samenvoeging van de jaarrekeningen van alle BV’s die deel uitmaken van de fiscale eenheid.

De voordelen van zo’n fiscale eenheid

Verrekenen van winst en verlies. Mocht één BV winst maken en een andere BV verlies lijden, dan wordt in geval van een fiscale eenheid voor de berekening van de belastingheffing dit verlies in mindering gebracht op de winst.

Slechts één aangifte. Er hoeft maar één aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend en niet voor alle BV’s afzonderlijk.

Schuiven met vermogen. Binnen de BV’s onderling is het mogelijk om te schuiven met vermogensbestanddelen. Zo kunnen bijvoorbeeld machines van de éne naar de andere BV worden overgedragen, zónder dat over de meerwaarde belasting hoeft te worden betaald. Dit kan weleens interessant zijn bij reorganisaties.

Investeringsaftrek. Bij een fiscale eenheid kan ook investeringsaftrek worden geclaimd als het betreft bedrijfsmiddelen die door de éne BV worden verhuurd aan een andere BV binnen die fiscale eenheid.

Intercompany winsten. Ook winsten gemaakt op transacties binnen de BV, de zogenaamde intercompany winsten, vallen buiten de belastingheffing.

En de nadelen van de fiscale eenheid

Hoofdelijk aansprakelijk. Moet de moeder vennootschapsbelasting betalen en beschikt niet over dat geld, dan kan de Belastingdienst dat bij de dochter(s) ophalen.

Verbreken termijnen. Bij het aangaan van de fiscale eenheid gaan er termijnen lopen. Verbreekt u binnen deze termijnen de fiscale eenheid, dan dient er alsnog belasting te worden betaald. Als er bijvoorbeeld binnen ondernemingen binnen de fiscale eenheid wordt geschoven met vermogensbestanddelen, dan moet de fiscale eenheid zes jaar worden gehandhaafd anders vindt er alsnog belastingheffing plaats over de stille reserves.

Minder investeringsaftrek. Omdat bij een fiscale eenheid de investeringen van alle BV’s bij elkaar geteld worden, kan de gezamenlijke investeringsaftrek wel eens lager uitpakken dan als elke BV afzonderlijk investeringsaftrek zou claimen.

Complexe consolidatie. Het samenstellen van één aangifte vennootschapsbelasting kan een voordeel zijn, maar door het consolideren van alle cijfers kan de aangifte ook complexer worden dan het opstellen van meerdere individuele aangiften.

Meer vennootschapsbelasting. Maar misschien wel het grootste nadeel zijn de nieuwe plannen voor de tarieven voor de vennootschapsbelasting.

Belastingplan 2020 en de vennootschapsbelasting

In tegenstelling tot wat in het Belastingplan 2019 was aangekondigd, wordt het tarief voor een winst van meer dan € 200.000 in 2020 niet verlaagd. Volgend jaar geldt een tarief van 16,5% tot € 200.000 winst en daarboven geldt een tarief van 25%.

Tarieven vennootschapsbelasting 2015-2018 2019 2020
Tot en met € 200.000 winst 20% 19% 16,5%
Boven € 200.000 winst 25% 25% 25%

De plannen zijn dus dat het verschil tussen de twee tarieven in de toekomst, met name in 2020 groter wordt.

De gevolgen voor de fiscale eenheid

In onderstaande voorbeelden bedraagt de totale winst van drie BV’s € 460.000 en deze is over de drie BV’s als volgt verdeeld:

  • X: € 90.000
  • Y € 150.000
  • Z: € 220.000

Voorbeeld 1 – Wél fiscale eenheid
De te betalen vennootschapsbelasting voor een fiscale eenheid bedraagt in 2020 dan:
(16,5% x € 200.000) + (25% x € 260.000) = € 98.000.

Voorbeeld 2 – Géén fiscale eenheid
Voor drie zelfstandig belastingplichtige BV’s bedraagt de vennootschapsbelasting in 2020:
X: 16,5% x € 90.000 = € 14.850
Y: 16,5% x € 150.000 = € 24.750
Z: (16,5% x € 200.000) + (25% x € 20.000) = € 38.000

Totale belastingheffing bedraagt dan € 14.850 + € 24.750 + € 38.000 = € 77.600.

Het gevolg. Géén fiscale eenheid levert een belastingbesparing van € 98.000 minus € 77.600 = € 20.400 op. Alle reden dus om een verbreking van de fiscale eenheid te overwegen.

Uw fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting verbreken?

Eenzelfde soort rekensom doet u wellicht overwegen om uw eigen fiscale eenheid te gaan verbreken. Dat is prima, maar realiseer u dan wel dat:

  • u moet onderzoeken of de afgelopen 6 jaren geen onbelaste verschuivingen hebben plaatsgevonden van de éne BV naar de andere BV binnen de fiscale eenheid. Is dit wel het geval dan kan het zijn dat er alsnog belasting moet worden betaald over die verschoven vermogensbestanddelen;
  • er vanaf het verbreken een eigen jaarrekening per BV moet worden opgesteld. Het is dus slim om de fiscale eenheid te verbreken per begin van een nieuw boekjaar, meestal 1 januari. Anders moeten er tussentijds een aantal extra jaarrekeningen worden gemaakt, dat heel wat extra werk en dus extra kosten betekent;
  • de fiscale eenheid kan niet met terugwerkende kracht worden verbroken. Uw verzoek tot beëindiging kan op zijn vroegst ingaan op de datum van indiening van dit verzoek.
BAA ADVIES. De nieuwe tarieven voor de vennootschapsbelasting in 2020 zijn wellicht reden om een fiscale eenheid te gaan verbreken. Het verschil tussen het lage en hoge tarief wordt tenslotte groter gemaakt. Bij het verbreken van een fiscale eenheid komt echter meer kijken dan een eenvoudige rekensom.