Geld voor woning lenen aan een werknemer? Opgelet!

Heeft u voor een woning geld geleend aan een werknemer? Of heeft u plannen daartoe? Let dan op de fiscale gevolgen. In positief én in negatief opzicht.

Geld lenen aan een werknemer

Geld lenen aan een werknemer, bijvoorbeeld voor een woning, gebeurt vaker dan u denkt. Vooral banken doen dat natuurlijk en vaak met een rentekorting voor eigen werknemers. Maar ook bedrijven lenen geld aan werknemers. U heeft misschien veel geld in uw onderneming zitten en de werknemer kan wellicht bij de bank moeilijk(er) geld lenen. En ook u kunt uw werknemer een lage rente in rekening brengen. Als een soort extraatje…

De fiscale kant

U leent geld aan een werknemer voor een eigen woning. De werknemer mag de betaalde rente in mindering brengen op zijn aangifte inkomstenbelasting. Stel, u komt met de werknemer een extra lage rente overeen. Wat dan?

Rentevoordeel is loon. Sinds 1 januari 2016 moet u als werkgever een rentevoordeel op een personeelslening tot het loon van de werknemer rekenen. Het voordeel wordt namelijk gezien als loon in natura en is belast tegen maximaal 49,50% (2020). Hierdoor is de werknemer meer loonbelasting verschuldigd.

De extra inkomstenbelasting is dan weer aftrekbaar. Heeft de lening betrekking op de eigen woning van de werknemer dan mag het belaste rentevoordeel in de aangifte inkomstenbelasting opgevoerd worden als aftrekbare rente eigen woning.

Voorbeeld
U heeft met een medewerker met een inkomen van € 70.000 bruto per jaar een annuïtaire hypotheek afgesloten van € 250.000. De overeengekomen rente is 2% met een rentevaste periode van 30 jaar. De hypotheekrente voor een vergelijkbare, commerciële hypotheek was in dat jaar 3%. Het rentevoordeel bedraagt jaarlijks 1% van de hypotheek: gemakshalve in dit voorbeeld € 2.500 (in jaar 1). Dit rentevoordeel is belast tegen maximaal 49,5% (2020) en bedraagt dus ca. € 1.238. Deze € 1.238 kan de werknemer vervolgens opvoeren in zijn aangifte inkomstenbelasting bij de betaalde hypotheekrente.

Werkgeversdeel sociale lasten. Waar vaak niet aan gedacht wordt is dat u als werkgeven óók premies werkgeversverzekeringen, en werkgeversheffing Zorgverzekeringswet over dat loon moet betalen. En dat loopt al snel op.

De hypotheekrenteaftrek wordt beperkt

Zoals u weet wordt het percentage van de maximale hypotheekrenteaftrek stapsgewijs verlaagd naar 37,05%. Dit zou eerst geleidelijk gebeuren in stapjes van 0,5 % per jaar, maar in het regeerakkoord van het kabinet Rutte 3 is echter besloten om de hypotheekrenteaftrek vanaf 2020 versneld af te bouwen. Tussen 2020 en 2023 gaat de aftrek daarom met 3 % per jaar omlaag. Vanaf 2023 is dan het tarief van 37,05 % bereikt. Het kan dus zijn dat het rentevoordeel dat de werknemer heeft, belast is tegen het maximale tarief van 49,50% terwijl de aftrek hiervan slechts kan tegen 37,05%.

Welke rentevoordeel is nu precies aftrekbaar?

De berekening van het rentevoordeel is geregeld in artikel 13 Wet LB 1964. Het rentevoordeel is het verschil tussen de rente die u als werkgever in rekening brengt en de marktconforme rente. De marktconforme rente is de rente die de werknemer bij een commerciële bank zou betalen. Uitgangspunt bij het bepalen van een marktconforme rente is dat gekeken moet worden naar soortgelijke leningen onder dezelfde omstandigheden. Denk onder andere aan de hoogte van de lening, de rentevaste periode, de hypotheekvorm en de schuldmarktwaarde verhouding.

Er zijn in beginsel twee mogelijkheden.

  1. Mét rentevaste periode. Het rentevoordeel is het verschil tussen de afgesproken vaste rente en de marktconforme rente op het moment dat de lening is aangegaan.
  2. Zónder rentevaste periode. Het rentevoordeel is nu het verschil tussen de rente die u in een periode in rekening brengt en de marktconforme rente in die periode.

Dus wat moet u nu weten?

Weet dat als u een werknemer geld leent voor een eigen woning waarbij de rente lager is dan marktconform dat dit rentevoordeel voor de werknemer belast is én in de aangifte inkomstenbelasting weer aftrekbaar is. Realiseer u ook dat u over het rentevoordeel als loon óók werkgeverspremies moet betalen.

Wijs uw werknemer op het volgende

In de praktijk komt het geregeld voor dat het belaste rentevoordeel in de aangifte inkomstenbelasting vergeten wordt op te voeren als aftrekbare kosten voor de eigen woning.

Vergeten en nog geen aanslag opgelegd? Als er nog geen aanslag is opgelegd kan eenvoudig een aanvulling worden gedaan op de aangifte door deze opnieuw (juist) in te dienen.

Vergeten en wel al een aanslag opgelegd? Heeft de werknemer al wel een aanslag ontvangen, maar staat deze nog niet onherroepelijk vast (bezwaartermijn is nog niet verstreken) dan moet een bezwaarschrift worden ingediend. Het opnieuw indienen van de aangifte zal door de belastingdienst worden gezien als een bezwaarschrift. Staat de aanslag al wel onherroepelijk vast, dan moet de werknemer een verzoek tot ambtshalve vermindering indienen. Een verzoek tot ambtshalve vermindering kan tot 5 jaar na het jaar waarover de aanslag gaat worden ingediend. Gaat het bijvoorbeeld om een aanslag over 2015? Een verzoek tot vermindering moet dan ultimo 2020 zijn ingediend.

BAA ADVIES. Over een rentevoordeel dat u een werknemer bij een lening voor een woning geeft, is de werknemer loonheffing verschuldigd en u als werkgever werkgeverspremies. De betaalde loonheffing kan de werknemer weer als rente voor de woning aftrekken. Is dat vergeten, dan kan BAA eventueel helpen bij het corrigeren van de aangifte, het indienen van een bezwaarschrift of het indienen van een ambtshalve verzoek.