Meer duidelijkheid over de fiscale grenzen van de familielening

Op 21 april 2021 heeft het Ministerie van Financiën een inkijkje gegeven in haar beleid met betrekking tot de familiebank. Hoe kijkt de fiscus nu naar die familiebank?

Familiebank onder het vergrootglas

Als ouders aan hun kinderen geld lenen, meestal voor de aankoop van een woning, noemen we dat een familiebank. Hierbij zijn er zowel voor de kinderen als voor de ouders fiscale voordelen te behalen. Transacties tussen familieleden liggen echter bij de Belastingdienst onder een vergrootglas. Het is dus cruciaal om binnen de grenzen van de fiscale wetten te blijven. Als de Belastingdienst vaststelt dat het gehanteerde rentepercentage te hoog is, loopt men het risico dat de gehele lening niet kwalificeert als eigenwoningschuld en komt de rente niet voor aftrek in aanmerking. De lening verschuift dan naar box 3.

De overeengekomen rente. Eén van de aspecten waar de Belastingdienst naar kijkt is de hoogte van de overeengekomen rente. Hoe hoger de rente, hoe meer belastingaftrek het kind kan ontvangen. Is de rente echter in de ogen van de Belastingdienst te hoog, dan zal deze de renteaftrek weigeren.

De rente bepalen. Bij het bepalen van de hoogte van de rente werd in de advieswereld vastgehouden aan een arrest van de Hoge Raad uit een ver verleden: de rente mag naar boven of naar beneden 25% afwijken van de marktrente. Bovendien werd soms de rente vanwege het ontbreken van zekerheden gekoppeld aan de rente op een consumptief krediet. Het was tot april niet duidelijk of deze standpunten nog steeds door de Belastingdienst werden geaccepteerd.

Kijkje in de keuken bij de fiscus

Naar aanleiding van een WOB-verzoek (Wet openbaarheid van bestuur) heeft het Ministerie van Financiën op 21 april 2021 een handreiking voor de Belastingdienst bekend gemaakt met daarin een 4-stappenplan hoe naar familiebank en de gehanteerde rente moet worden gekeken.

Stap 1 – Is er sprake van een geldlening?

Allereerst moet worden bepaald of er sprake is van een geldlening, oftewel: is er een terugbetalingsverplichting. Een leen/schenkconstructie waarbij vooraf al vaststaat dat het kind telkens (een deel van) de aflossing geschonken krijgt, wordt fiscaal niet als geldlening gezien.

Stap 2 – Is de lening bedoeld voor een woning?

De lening moet in direct verband staan met de bouw, de aankoop of verbouwing van een woning. Ook geldt voor leningen vanaf 1 januari 2013 dat de lening in maximaal 30 jaar ten minste annuïtair dient te worden afgelost.

Stap 3 – Heeft de rente uitsluitend betrekking op de eigenwoningschuld?

In stap 3 wordt beoordeeld of de betaalde rente uitsluitend betrekking heeft op de eigenwoningschuld of ook op andere rechten en/of verplichtingen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een renteopslag om boetevrij te mogen aflossen.

Dat betekent dus dat de rente gesplitst moet worden in een rente voor de lening en een rente voor een ander recht. Vanuit praktisch oogpunt accepteert de Belastingdienst een renteopslag van maximaal 0,2% voor het feit dat de lening boetevrij mag worden afgelost.

Stap 4 – Is de rente wel reëel?

Soort overeenkomst. In stap 4 bepaalt de Belastingdienst of de rente wel reëel is en niet hoger dan de geldende marktrente. Eerst bekijkt men de overeengekomen soort aflossing, looptijd, zekerheden en rentevastperiode. Als in de overeenkomst is opgenomen dat de lening te allen tijde boetevrij kan worden afgelost, kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat er géén sprake is van een rentevastperiode en geldt dus een ander rentepercentage.

Vergelijking met de bank. Vervolgens bepaalt men wat een objectief rentepercentage is voor een vergelijkbare lening bij een bank en beoordeelt men of de ouder/kindlening afwijkt waardoor een hogere rente acceptabel is. Daarbij kijkt men naar de zekerheden en het risicoprofiel van de geldnemer.

Ontbreken van zekerheden. Over het algemeen rechtvaardigt het ontbreken van zekerheden, zoals een hypotheekrecht op de woning, een hoger rentepercentage (bijvoorbeeld van 1%). De geldschieter loopt tenslotte meer risico het geld niet terug te ontvangen. De Belastingdienst gaat dan akkoord met een opslag op de rente, tenzij er op elk moment wél een zekerheidsstelling kan worden verkregen. Als die zekerheid echter al is verstrekt bij de bank, dan is er wel sprake van een gebrek aan zekerheid bij de familielening waardoor een hoger rentepercentage wel gerechtvaardigd is. Het rentepercentage voor een persoonlijke lening wordt in dit kader niet door de Belastingdienst geaccepteerd als een reëel rentepercentage.

Het risicoprofiel. Voor wat betreft het risicoprofiel zal worden beoordeeld in hoeverre de geldnemer het geleende bedrag zal terug kunnen betalen. Hoe groter dit risico, hoe meer een hoger rentepercentage is gerechtvaardigd. Als het kind het minimumloon verdient en dat geld nodig heeft voor de huishouding, is het risico op wanbetaling groter dan als het kind een riant inkomen heeft en maandelijks nog kan sparen. In dat laatste geval zal de Belastingdienst een hoge renteopslag niet accepteren.

Maar wat is een hogere rente?

De Belastingdienst wil zich niet vastleggen op een opslagpercentage voor bepaalde situaties, maar verwijst in het besluit op het WOB verzoek naar de volgende twee arresten.

  • Procedure Rechtbank Noord Nederland 19 februari 2013. Hier was sprake van een familielening afgesloten in 2008: rente 8%, geen aflossing, geen zekerheid (recht van 1e hypotheek bij bank). Rentepercentage van 8% akkoord omdat er veel risicofactoren waren.
  • Procedure Rechtbank Den Haag 4 september 2018. Nu handelde het over een familielening zonder zekerheidsstelling met een rente van 9%. De vergelijkbare marktrente voor leningen mét zekerheid was 3%. De Belastingdienst, de Rechtbank en het Gerechtshof waren van mening dat een rente van 4,5% aftrekbaar was en niet van 9%.

Bij een lening met een rentevastperiode van 30 jaar zonder hypothecaire zekerheid, lijkt een rentepercentage van de marktrente + 1,5% dus acceptabel, zoals blijkt uit het arrest uit 2018.

BAA ADVIES. Er is nu meer duidelijkheid hoe de Belastingdienst beoordeelt wanneer er sprake is van een eigenwoningschuld bij een familielening en wat een acceptabele rente is. Overweegt u een dergelijke familielening, bespreek dan de stappen uit dit artikel met uw adviseur.