Wet Herziening Partneralimentatie per 1 januari 2020

We schreven al eerder over de Wet Herziening Partneralimentatie. Inmiddels zijn de eerste rechtszaken waarin aanstaande ex-echtgenoten geconfronteerd worden met partneralimentatie aan de orde. Omdat deze normaal gesproken enkele maanden beslaan, moet dus nú al volop met de nieuwe regelgeving rekening worden gehouden.

De kern van de nieuwe wet

Alimentatieduur wordt verkort. De huidige maximale alimentatieduur van 12 jaar wordt teruggebracht naar – als basis – de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar te rekenen vanaf de datum van de echtscheiding.

Let op. Als het gaat om de vraag óf er een alimentatieverplichting wordt vastgesteld en hoe hoog die dan is, blijft het zo dat de draagkracht van de alimentatieplichtige en de behoefte van de alimentatiegerechtigde van belang zijn. Aan die systematiek verandert niets.

Op de termijn van vijf jaar zijn drie uitzonderingen

Zoals we ook al in het artikel van 17 juni 2019 vermeldden, zijn er op de termijn van vijf jaar drie uitzonderingen van toepassing:

  1. Maximaal tien jaar vóór AOW-leeftijd. Als op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding de duur van het huwelijk langer is dan vijftien jaar en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde ten hoogste tien jaar lager is dan de op dat moment geldende AOW-leeftijd, dan eindigt de alimentatieverplichting bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Dit is dus maximaal tien jaar als de betrokkene precies tien jaar vóór de AOW-leeftijd zit op het moment van scheiding.
  2. Maximaal twaalf jaar tót jongste kind twaalf is. Voor gezinnen met jonge kinderen loopt de verplichting door tot het tijdstip waarop het jongste uit het huwelijk geboren kind twaalf jaar is geworden. De alimentatie kan dan dus maximaal twaalf jaar duren.
  3. Overgangsregeling voor 50-plussers. Deze overgangsregeling verlengt de alimentatieduur voor alimentatiegerechtigden van 50 jaar en ouder als het huwelijk tenminste 15 jaar heeft geduurd. Alimentatiegerechtigden die op of vóór 1 januari 1970 zijn geboren, krijgen maximaal tien jaar in plaats van maximaal vijf jaar alimentatie. Uitgaande van inwerkingtreding per 1 januari 2020 geldt dit voor personen die ten tijde van inwerkingtreding 50 jaar of ouder zijn.

Alle genoemde termijnen zijn maximale termijnen en als er meerdere uitzonderingen van toepassing zijn dan geldt de langste termijn. De rechter kan, net als onder de huidige wetgeving, op verzoek een kortere termijn vaststellen.

De nieuwe wet kent een hardheidsclausule

Naast de uitzonderingen op de nieuwe hoofdregel van vijf jaar, kent ook de nieuwe wet een zogenaamde hardheidsclausule. Als het voor de alimentatiegerechtigde niet redelijk en billijk blijkt te zijn dat de alimentatie wordt beëindigd, kan de rechter op verzoek de vastgestelde termijn verlengen.

Overgangsrecht

De wetgever heeft geprobeerd om de invoering van de wetgeving zo soepel mogelijk te laten verlopen en daarom geldt er overgangsrecht. De oude wet blijft van toepassing als vóór 1 januari 2020:

  • een verzoekschrift tot echtscheiding óf vaststelling alimentatie is ingediend; óf
  • de alimentatie door partijen zelf is vastgesteld/overeengekomen; óf
  • de alimentatie door de rechter is vastgesteld.

Wat betekent dat in de praktijk?

Dat betekent dat als vóór 1 januari 2020 tussen partijen wordt overeengekomen dat er géén partneralimentatie van toepassing is en ná 1 januari 2020 de meest aangewezen persoon alsnog om partneralimentatie vraagt, de oude wet van toepassing is. Er is immers voorafgaande aan de inwerkingtreding een regeling getroffen, namelijk dat er niets zal worden betaald.

Vraag als alimentatiegerechtigde ook zélf de echtscheiding aan

Zelf om echtscheiding verzoeken. Vaak is er sprake van een inleidend verzoekschrift tot echtscheiding en doet de alimentatiegerechtigde een tegenverzoek tot partneralimentatie. Is hiervan sprake, dan is het slim dat de alimentatiegerechtigde in dat tegenverzoek zélf om de echtscheiding verzoekt. Als de aanvankelijke verzoeker namelijk ná 1 januari 2020 het verzoekschrift intrekt is de hele procedure niet meer aanhangig. Er is dan achteraf bezien géén verzoek tot partneralimentatie gedaan vóór 1 januari 2020 en het gevolg daarvan is dat de nieuwe wet van toepassing zal worden.

Tot 1 januari 2020 tegenstrijdige belangen

Door de nieuwe wetgeving is er sprake van tegenstrijdige belangen van echtgenoten. De alimentatieplichtige zal er hoogstwaarschijnlijk belang bij hebben om de zaak vooruit te schuiven naar ná 1 januari 2020 en de alimentatiegerechtigde heeft er juist belang bij om de zaak van tevoren te ‘regelen’, in elk geval uiterlijk 31 december 2019 een verzoekschrift in te dienen.

Stel nu dat de partijen in 2019 zijn gestart met overleg over de gevolgen van de echtscheiding. Bijvoorbeeld middels mediation. En er is nog geen verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Dan kan men wél alvast afspraken maken over de alimentatietermijn. Om onduidelijkheden en discussies te voorkomen kan er een aparte deelovereenkomst worden gesloten. Men voorkomt zo dat op 1 januari 2020 automatisch de nieuwe termijnen van toepassing worden.

Nieuwe termijnen

Op grond van de nieuwe wet dient exact te worden bepaald hoe lang de alimentatietermijn is. De alimentatietermijn vangt altijd aan op de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers.

Voorbeeld 1

Huwelijk gesloten op 16 september 1985. Verzoekschrift tot echtscheiding op 3 februari 2020. Vrouw is geboren op 10 mei 1950 (bijna 70 jaar op moment van indiening verzoekschrift). Inschrijving echtscheiding een jaar later, dus in 2021.

Gevolg. Ofschoon de duur van het huwelijk ruim 35 jaar is, bedraagt de maximale termijn vijf jaar vanaf datum inschrijving echtscheidingsbeschikking. Dat is in de gegeven omstandigheden zeer kort en wellicht dient een beroep worden gedaan op de hardheidsclausule.

Voorbeeld 2

Het huwelijk is gesloten op 15 januari 2010. Uit het huwelijk worden twee kinderen geboren. Die zijn op moment van echtscheiding beiden ouder dan 12 jaar maar minderjarig. Man dient op 15 februari 2025 een verzoekschrift tot echtscheiding in. De vrouw is op dat moment negen jaar en 11 maanden verwijderd van de AOW leeftijd (zoals deze geldt op datum van het verzoekschrift echtscheiding). Inschrijving echtscheidingsbeschikking op 15 juni 2026.

Gevolg. De duur van het huwelijk is op de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding meer dan 15 jaar en de alimentatiegerechtigde is minder dan 10 jaar verwijderd van de AOW gerechtigde leeftijd. Dus partneralimentatie wordt maximaal 10 jaar, maar uiterlijk eindigend op de leeftijd waarop de AOW ingaat.

Voorbeeld 3

Man en vrouw zijn in januari 2009 met elkaar gehuwd. Er zijn geen kinderen geboren. Man dient in maart 2020 een verzoekschrift tot echtscheiding in. Echtscheiding wordt ingeschreven in december 2020.

Gevolg. Partijen zijn ruim 11 jaar met elkaar getrouwd. Er zijn geen uitzonderingen van toepassing en daarom is de maximale alimentatietermijn vijf jaar.

Tegengestelde belangen. Als de vrouw uit dit voorbeeld zich einde 2019 wendt tot een advocaat en een alimentatieverplichting aan de orde is (ook afhankelijk van behoefte en draagkracht) dan dient er met spoed, uiterlijk 31 december 2019, een verzoekschrift tot echtscheiding te zijn ingediend om voor de vrouw voor elkaar te krijgen dat de oude wetgeving van toepassing is. Op grond van de oude wetgeving is de maximale termijn van de vrouw namelijk 12 jaar. Dat verzoekschrift kan dan later (dus na 1 januari 2020) worden aangevuld met een verzoek tot partneralimentatie, dan wel men kan er voor kiezen om dat verzoek tot partneralimentatie al op te nemen in het verzoekschrift tot echtscheiding zelf.

In dit voorbeeld is het belang van de man juist dat het verzoekschrift pas na 1 januari 2020 wordt ingediend. Dan geldt namelijk een maximale alimentatietermijn van vijf jaar.

Voorbeeld 4

Man en vrouw huwden op 1 december 2017. Vrouw zegt haar baan op gaat in het bedrijf van man meewerken. Op 1 juni 2028 wordt er een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Inschrijving van de echtscheiding vindt plaats op 18 december 2028. Man en vrouw hebben twee kinderen, vier en zes jaar oud.

Gevolg. Op grond van de duur van het huwelijk, 11 jaren, (dus minder dan 15 jaar) geldt een termijn van maximaal vijf jaar. Omdat het jongste kind nog maar vier jaar oud is wordt de maximale alimentatietermijn echter verlengd voor een periode van acht jaar. Namelijk tot aan het moment dat het jongste kind de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt.

BAA ADVIES. Als er op dit moment (einde 2019) echtscheidingsplannen zijn, dienen zowel de alimentatiegerechtigde als de alimentatieplichtige zich goed te laten voorlichten over de nieuwe wetgeving en de gevolgen daarvan. Neem hiervoor contact op met de uw BAA-adviseur of rechtstreeks met mr. Peter Verstappen (familierecht- en erfrechtadvocaat en (echtscheidings-)mediator).