Voorbereid naar 2019: de wijzigingen in de loonheffing per 1 januari

De Belastingdienst heeft de nieuwsbrief Loonheffingen 2019 gepubliceerd met hierin de wijzigingen vanaf 1 januari 2019. We zetten de belangrijkste zaken voor u als werkgever op een rijtje.

Er gaan wat zaken veranderen

Er vinden een aantal belangrijke wijzigingen in de loonheffingen per 1 januari 2019 plaats.

  1. Voor buitenlandse werknemers veranderen de regels met betrekking tot de heffingskortingen. Door dit onderscheid komen er ook meer loonbelastingtabellen.
  2. De bijtelling van de auto van de zaak wordt vanaf 2019 aangepast.
  3. De AOW-leeftijd gaat weer omhoog,
  4. Uw pensioen in eigen beheer in 2019 afkopen leidt tot een lagere afkoopkorting.

De nieuwsbrief Loonheffingen 2019 kunt u eventueel van de website van de Belastingdienst downloaden. Wat betekenen deze wijzigingen voor u?

1. Belastingdeel heffingskortingen alleen nog maar voor inwoners van Nederland

Een belasting- en een premiedeel. In de loonbelasting kennen we heffingskortingen die bestaan uit een belastingdeel en een premiedeel. Valt iemand op dit moment onder de loonbelasting dan is er recht op het belastingdeel van de heffingskortingen. Is iemand op dit moment geheel of gedeeltelijk verzekerd voor de volksverzekeringen dan is er (gedeeltelijk) recht op het premiedeel van de heffingskortingen.

Dit wijzigt er. Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland nog maar recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Niet inwoners komen hiervoor niet meer in aanmerking. Zij hebben alleen nog recht op het premiedeel wanneer zij in Nederland verzekerd zijn voor de volksverzekeringen.

De arbeidskorting. Bij de arbeidskorting geldt echter een uitzondering. Hier geldt dat het belastingdeel van de arbeidskorting ook geldt voor inwoners van andere EU-landen, van een EER-land (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein), Zwitserland of de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba).

Dit moet ú doen. U moet dus goed vaststellen van welk land uw werknemer inwoner is. Maar hoe bepaalt u dit nou? Dit is namelijk niet altijd even gemakkelijk. Als werkgever moet u kijken naar de feiten en omstandigheden. Waar heeft de werknemer zijn sociale en economische leven? Waar woont bijvoorbeeld het gezin, waar gaan de kinderen naar school, waar heeft de werknemer zijn bankrekening, en zo verder. Heeft de werknemer geen gezin dan moet u kijken naar de intentie van de werknemer. Is zijn intentie om zich in Nederland te vestigen of is hij hier slechts voor korte duur?

Heeft u reden om te twijfelen dan kunt u uw werknemer om een woonplaatsverklaring vragen. Deze verklaring is op te vragen bij het belastingkantoor. Zowel in Nederland als in het buitenland.

Aparte loonbelastingtabellen. Om deze wijzigingen door te voeren komen aparte loonbelastingtabellen gesplitst in 3 categorieën.

  1. inwoners Nederland;
  2. inwoners EU, EER landen, Zwitserland en de BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba);
  3. inwoners derde land.

2. Bijtelling auto van de zaak

Met ingang van 1 januari 2019 verdwijnt het 0% bijtellingspercentage. Ook voor de auto’s die onder het overgangsrecht vallen. Dat zijn:

  • auto’s zonder CO2-uitstoot, met een datum 1e tenaamstelling in 2013; en
  • auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0, maar niet meer dan 50 gram per kilometer en met een datum 1e tenaamstelling in 2013.

Download een handig stroomdiagram met alle bijtellingsregelingen van 2011 – 2021.

Vanaf 2019 gelden er nog twee bijtellingpercentages:

  • 4% voor auto’s met een eerste toelating op of na 1 januari 2019 en zonder CO2-uitstoot en een maximum grondslag van € 50.000;
  • 22% voor alle andere auto’s met een eerste toelating op of na 1 januari 2019.

Voorbeeld 1. Uw werknemer heeft vanaf 1 februari 2019 een auto van de zaak (datum eerste toelating is dezelfde dag). Auto heeft geen CO2-uitstoot en heeft een cataloguswaarde van € 80.000. De eigen bijdrage van de werknemer is € 200 per maand.

De bijtelling per maand bedraagt ((€ 50.000 x 4%):12) + ((€30.000 x 22%):12) – € 200 = € 516,67 per maand.

3. Verhoging AOW-leeftijd

Met ingang van 1 januari 2019 gaat de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar en 4 maanden. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) kunt u eenvoudig bekijken wanneer u recht heeft op AOW.

4. Afkoop pensioen in eigen beheer

2019 is het laatste jaar dat u ervoor kunt kiezen om uw pensioen in eigen beheer af te kopen. Kiest u ervoor om uw pensioen in 2019 af te kopen dan heeft u recht op een belastingkorting van 19,5%. Deze korting bedraagt in 2018 nog 25%. Voor vragen over het afkopen van uw pensioen in eigen beheer neem even contact op met uw adviseur van BAA.

Lees ook de eerder verschenen artikelen over de uitfasering pensioen in eigen beheer op onze website.

BAA ADVIES. Per 1 januari gaan er weer de nodige loonheffingen veranderen. Een samenvatting leest u in dit artikel. Ook kunt u de nieuwsbrief van de belastingdienst downloaden. Voer deze aanpassingen goed door of vraag hulp aan uw BAA-contactpersoon.